Je wilt een kilometer in vijf minuten lopen, maar het display van je loopband vraagt om km/u. Dat is de hele vraag: welk getal moet er op dat scherm staan. De omrekening is één deling en die staat hieronder. Het lastige komt daarna, want niet elke band kan dat getal aan, en niet elk display bedoelt hetzelfde met wat het laat zien.
Van km/u naar minuten per kilometer, en terug
Snelheid en tempo zijn twee manieren om hetzelfde te zeggen. Snelheid is afstand per tijd (km/u), tempo is tijd per afstand (min/km). Ze zijn elkaars omgekeerde, en daarom heb je aan één deling genoeg.
Van km/u naar min/km: 60 gedeeld door de snelheid. Bij 8 km/u is dat 60 ÷ 8 = 7,5 minuten, oftewel 7:30 per kilometer.
Van min/km naar km/u: 60 gedeeld door je tempo in decimale minuten. Wil je 5:30 lopen, reken dan eerst 5:30 om naar 5,5 minuten en deel: 60 ÷ 5,5 = 10,9 km/u.
De valkuil zit in die decimalen. 5:30 is niet 5,3 maar 5,5 minuten; seconden deel je door 60, niet door 100. Wie dat overslaat rekent zichzelf een tempo aan dat er twaalf seconden per kilometer naast zit.
| Snelheid | Tempo | Kilometers in een uur |
|---|---|---|
| 4 km/u | 15:00 min/km | 4,0 |
| 6 km/u | 10:00 min/km | 6,0 |
| 8 km/u | 7:30 min/km | 8,0 |
| 10 km/u | 6:00 min/km | 10,0 |
| 12 km/u | 5:00 min/km | 12,0 |
| 14 km/u | 4:17 min/km | 14,0 |
| 16 km/u | 3:45 min/km | 16,0 |
Wat jouw band eigenlijk aanbiedt
Hier houdt de rekenkunde op en begint de machine. Ik heb van acht loopbanden opgeschreven wat de fabrikant zelf in zijn omschrijving zet. Alle acht geven een snelheid in km/u, maar wat ze aanbieden verschilt met een factor van ruim tweeënhalf.
Zeven van de acht in mijn vergelijking noemen ook een beginsnelheid, en die ligt telkens op 1 km/u of net daaronder. De achtste geeft alleen een maximum ("tot 12 km/u") en laat in het midden waar de band begint. Dat is geen detail: als je rustig wilt starten, is de onderkant van het bereik net zo belangrijk als de bovenkant.
Opvallender is wat er gebeurt als je de topsnelheid naast de lengte van het loopvlak legt. Vijf van de acht in mijn vergelijking geven een loopvlakmaat, en bij die vijf loopt de langste zijde in dezelfde volgorde op als de topsnelheid — van 100 cm bij 8 km/u tot 127,5 cm bij 16 km/u. Evenredig is het niet: tussen 10,8 en 12 km/u scheelt het één centimeter.
| Topsnelheid | Langste zijde loopvlak |
|---|---|
| 8 km/u | 100 cm |
| 10,8 km/u | 109 cm |
| 12 km/u | 110 cm |
| 14 km/u | 120 cm |
| 16 km/u | 127,5 cm |
Eén kanttekening bij die tabel: de band van 16 km/u noteert zijn maat andersom dan de rest, als 45,5 x 127,5 cm. De 127,5 cm lees ik daar als de lengte; welke maat welke is, vind ik bij de fabrikant niet. De vier andere loopbanden noteren 40 cm breed.
Mijn specificatietabel vraagt niet uit vanaf welke loopvlaklengte je kunt hardlopen, en geen van deze acht opgaven noemt het uit zichzelf. Dit is dus een patroon in de vijf van mijn acht die een maat opgeven, en geen norm. Maar het maakt wel invoelbaar waarom een tempo van 4:17 min/km op een band van 100 cm een ander voorstel is dan op een band van 127,5 cm.
Helling verandert de rekensom niet, maar wel je inspanning
Een hellingpercentage is meetkunde: 10% is tien meter stijging per honderd meter horizontaal. Loop je een uur op 5 km/u met 10% helling, dan klim je vijfhonderd meter. Je tempo per kilometer blijft ondertussen gewoon 12:00 min/km, want de band telt de afstand die onder je door gaat.
Wat wel verandert is wat het kost. Voor hardlopers bestaat daar een bekende vuistregel over.
Jones en Doust concludeerden in 1996 dat een loopband op 1% helling het energieverbruik van buiten hardlopen het dichtst benadert. Bij de twee laagste geteste snelheden verschilde het zuurstofverbruik op de weg niet van 0% of 1% op de band, maar lag het wel lager dan bij 2% en 3%.
A.M. Jones en J.H. Doust, Journal of Sports Sciences, 1996, PMID 8887211, gelezen via Europe PMC op 2 september 2026
Het onderzoek volgde negen getrainde mannelijke hardlopers op snelheden van 10,5 tot 18 km/u. Het zegt niets over wandelen, niets over ongetrainde lopers en niets over wat een sessie je oplevert.
De praktische vertaling is bescheiden. Zet je meer helling, dan neemt de inspanning op hetzelfde tempo toe: bij Jones en Doust lag het zuurstofverbruik op 2% en 3% helling hoger dan op 0% of 1%, gemeten bij hardlooptempo's. Dat is precies waarom een percentage op je display er niet toe doet als je niet weet hoeveel het er zijn.
Waarom twee displays niet hetzelfde zeggen
Van de acht loopbanden in mijn vergelijking geven er drie een hellingpercentage: 9%, 10% en "0 tot 15%". Bij één vind ik alleen "3 niveaus, handmatig", zonder wat een niveau is. Eén schrijft er uitdrukkelijk bij dat er geen percentage bekend is. Bij de overige drie vind ik niets over helling.
Slechts één van de acht geeft beide: een bereik van 0 tot 15% én het aantal standen waarin dat is verdeeld. Bij de andere kun je een stand dus niet omrekenen naar een percentage, want in deze opgaven vind ik niet hoe groot een stap is. Een gat in de opgave is een gat; het betekent niet dat er niets onder zit.
Ook aan de snelheidskant is "nauwkeurig" geen enkel getal.
De ISO-norm voor loopbanden deelt ze in naar gebruiksklasse en naar nauwkeurigheidsklasse A, B of C. De samenvatting van ISO 20957-6:2005 noemt die drie klassen uitdrukkelijk. Die editie is op 8 februari 2021 ingetrokken en vervangen door ISO 20957-6:2021.
ISO-catalogus, committee.iso.org, samenvatting ISO 20957-6:2005, gelezen op 2 september 2026
De samenvatting noemt geen tolerantie per klasse en zegt niet in welke klasse een consumentenloopband valt. De volledige normtekst is alleen betaald beschikbaar.
De nauwkeurigheidsklasse staat niet in mijn vergelijking, dus ik kan niet zeggen wat deze acht merken erover melden. Wat je er zelf aan hebt: zolang de klasse ontbreekt, is een verschil van een paar tienden tussen twee banden niet automatisch een fout van één van de twee. Vergelijk daarom je eigen sessies op dezelfde band, en niet het getal van de ene band met dat van de andere. De calorieënteller op het display is trouwens een schatting van de fabrikant en geen meting; die vergelijkt sowieso niet tussen machines.
Van doeltempo naar een instelling die je band aankan
Van tempo naar een getal op je display
Vier stappen, in deze volgorde. De laatste bepaalt of het getal op jouw band überhaupt bestaat.
- Schrijf je doeltempo op in minuten en secondenBijvoorbeeld 6:00 per kilometer. Houd het bij één getal; werk niet met een marge.
- Zet de seconden om naar decimalenDeel de seconden door 60, niet door 100. 6:00 wordt 6,0 en 5:30 wordt 5,5, niet 5,3.
- Deel 60 door dat getal60 gedeeld door 6,0 is 10,0 km/u. 60 gedeeld door 5,5 is 10,9 km/u.
- Rond af op de stap die je display toelaat en toets het bereikKan je band alleen hele of halve stappen, dan kies je de dichtstbijzijnde.
Wat dit betekent
De omrekening zelf is de makkelijke helft: 60 gedeeld door je snelheid, en terug. De helft die telt is of jouw machine dat getal kan leveren en of ze erbij zegt in welke eenheid ze rekent. Bij de acht loopbanden in mijn vergelijking geeft iedereen km/u, maar geeft nog geen helft een hellingpercentage en laat één band de onderkant van haar bereik weg.
Reken je som dus eerst uit en leg hem daarna naast het bereik van je eigen band. Zoek je een band die op draagvermogen is uitgezocht, dan staan die bij elkaar op loopband 150 kg. Hoeveel sessies je per week doet en hoe je opbouwt is een andere vraag; die staat op mijn pagina over het loopbandschema.
Veelgestelde vragen
Hoe reken ik km/u om naar min/km?
Deel 60 door de snelheid in km/u. De uitkomst is een aantal minuten met een decimaal; het deel achter de komma vermenigvuldig je met 60 om er seconden van te maken. 60 ÷ 7 = 8,57 minuten, en 0,57 × 60 is 34 seconden, dus 7 km/u is 8:34 min/km.
Wat is 10 km/u in minuten per kilometer?
Precies 6:00 min/km, want 60 ÷ 10 = 6. Andersom: wie 6:00 per kilometer wil lopen, zet de band op 10,0 km/u. Loop je een half uur op die snelheid, dan staat er 5 kilometer op de teller.
Waarom wordt 1 procent helling zo vaak genoemd?
Die verwijzing gaat terug op Jones en Doust (1996): op 1% benaderde een loopband het energieverbruik van buiten hardlopen het dichtst. Hoe vaak die instelling in de praktijk wordt aangehouden, is niet bekend. Hun proefpersonen waren negen getrainde mannen op 10,5 tot 18 km/u, dus voor wandeltempo's is die 1% niet gemeten.
Is de snelheid op het display van mijn loopband precies?
Dat hangt af van de nauwkeurigheidsklasse van de machine. De ISO-norm voor loopbanden kent de klassen A, B en C, maar de openbare samenvatting noemt geen tolerantie per klasse en de volledige normtekst is alleen betaald beschikbaar. Praktisch: vergelijk je sessies op dezelfde band en niet tussen twee machines.
Hoeveel meter klim ik op 10 procent helling?
Tien meter per honderd meter horizontaal. Op 5 km/u kom je in een uur dus vijfhonderd meter omhoog, terwijl je tempo per kilometer op 12:00 blijft staan. Het percentage verandert de rekensom niet, alleen de zwaarte.
Hoelang doe je over 10.000 stappen op de loopband?
Dat kan de band niet voor je uitrekenen en ik ook niet: hij meet de afstand die de mat aflegt, niet je stappen. Meet eerst je eigen staplengte, vermenigvuldig die met tienduizend en deel de uitkomst door je snelheid. Bij een staplengte van 70 cm is dat 7 kilometer, en op 5 km/u kost dat 1 uur en 24 minuten.